Kwijt

In de wind wappert een roze truitje. Al een paar weken nu hangt het verloren aan de basketpaal op het midden van het pleintje. Iemand is het hier kwijtgespeeld en dag na dag zie ik vanuit mijn keukenraam het truitje daar hangen, gescheiden van het meisje dat het ooit droeg. Ze komt niet terug.

In een mensenleven kun je veel verliezen, van truitjes tot sleutels en mensen. Misschien hebben we er daarom zoveel uitdrukkingen en woorden voor: foetsie, kwijt, naar de bliksem, naar de maan, onvindbaar, pleite, ribbedebie, spoorloos, verdwenen, verloren, zoek. 

Oh, hoe koortsachtig kan het zoeken zijn naar wat je kwijt bent! Mijn overgrootmoeder riep in geval van verloren zaken de hulp van de heilige Antonius in. “Heilig Antoontje, beste vriend, zorgt dat ge mijn (vul het voorwerp in) vindt!” De hele zoektocht moest gebeuren onder het herhaalde geprevel van deze zin. Zoeken en vinden, het is van alle tijden. De mens is een Spullenbeest. Hele stationsdepots liggen vol met verloren voorwerpen, van sjaal en paraplu tot teddybeer en beenprothese. “Noem maar op en het is kwijt,” zei de dichter K. Schippers daarover toen hem samen met elf andere dichters gevraagd werd om een verloren voorwerp uit te kiezen en er een gedicht over te schrijven. De beenprothese met schoen en sok bleek overigens niet verloren, maar achtergelaten door een boze klant. “Hij legde het been op de balie en verdween in zijn rolstoel,” verklaarde de depotbeheerder.  

Het ergste soort kwijt zijn is wanneer je een mens verliest. Hoe hard je ook zoekt, hij of zij komt niet terug. Er bestaat geen depot voor dit soort verloren zijn.

Je klampt je vast aan herinneringen, aan plaatsen en voorwerpen die met hem of haar verbonden zijn. Een ring, een sjaaltje. Een geur in een kledingstuk. Op zoek naar een aanwezigheid die je mist. Soms is een voorwerp het enige tastbare dat je nog verbindt met wie je moet missen, wetende dat de handen die je nooit meer zal vastnemen ooit datzelfde materiaal aanraakten.  

Mijn blik rust weer op het roze truitje. Ik voel een soort tristesse omdat het daar hangt, aan niemand meer toebehorend, besmeurd door de regen.

In een opwelling stap ik naar buiten en haal het truitje van de basketpaal. Het gaat de wasmachine in en komt er geurend naar kamperfoelie en jasmijn weer uit. Via de kringloopwinkel zal een ander meisje het truitje kunnen vinden en het vrolijke roze dragen.

Niet alles wat kwijt is, is verloren.

Iets zegt je, op een avond, toen iets werd teruggevonden 
Dat al dit zoeken naar dingen 
niets dan een spiegel van je eigen vurig verlangen is: 
Dat iemand met dezelfde ijver op zoek zou zijn naar jou. 

(Elegie over verloren en gevonden voorwerpen, Lars Gustafsson) 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: