“We tried to hold our babies.”

In het simpele blauwe huisje aan de kustweg, het eenvoudigste museum waar ik ooit ben binnen gestapt, loop ik langzaam langs de muren die volhangen met foto’s en wanhopige smeekbedes. Gruwelijke foto’s van opgezwollen en verminkte lijken, temidden van totale verwoesting. Maar ik dwing mezelf om de beelden te bekijken. “We tried to hold our babies, but the water was too strong.” Ouders verloren hun kinderen, kinderen hun ouders. Bij sommige foto’s is geschreven “Still missing“, alsof de overlevers hopen dat de doden nog terug zullen keren en dat het allemaal niet meer dan een nachtmerrie was. Immens verdriet en gemis stralen af van de muren. De tsunami van 2004 doodde in Sri Lanka 50.000 mensen. Iemand getuigt hoe de oceaan zich plotseling terugtrok, terwijl de vissen spartelend op het strand achterbleven. Hoe mensen nog nieuwsgierig in de richting van de oceaan liepen. En toen een muur van water in drie vloedgolven.

Op de plek waar ik 13 jaar na de ramp sta, bleef niets over, alleen puin. Natuurlijk herinner ik me die hallucinante beelden van op tv. Maar hier nu zo staan, geeft me kiekevel, zelfs na al die jaren en zelfs nu alles weer heropgebouwd is. Bijna alles, want hier en daar langs de kustweg zien we vervallen bouwsels tussen de huizen en hotels. Die huizen hebben de tsunami min of meer doorstaan, hun bewoners niet. Hele families, gewoon verdwenen. Niemand komt deze plekken nog opeisen. Dus blijven de ruïnes als stille getuigen staan. Surfers steken de straat over en gaan op hun gemakje naar het strand om golven te temmen die nog geen rimpelingen in het water zijn in vergelijking met de muur van water, toen op die noodlottige dag die op het einde der tijden leek.

Langs diezelfde kustlijn ontmoeten we een visser. Zijn lijf is pezig en gespierd. Zijn korte witte baard keurig verzorgd. Ik steek zowat een kop boven hem uit. Van onder zijn hoed kijkt hij ons met indringende ogen aan. Vriendelijk en nieuwsgierig. Twee reizigers die halt houden op ‘zijn’ stukje strand aan de Indische Oceaan. Langs de branding staan hoge houten palen in het water. Zo traditioneel vissen op palen doen ze hier al lang niet meer, maar locals verdienen graag een centje bij door te poseren voor de toeristen. Meestal zit er een hele groep mannen te wachten, klaar om stenen te gooien naar wagens met toeristen die clandestien foto’s nemen zonder te betalen, of om een deal te sluiten en uitgebreid te poseren. Een tourist trap dus. We weten het, maar spelen het spel mee. Onze visser is alleen en hij is vastbesloten om ons gewéldige foto’s te bieden. We spreken een prijsje af en met een sarong om zijn middel geknoopt gaat hij het water in, vislijn in de hand. Hij klimt op een paal en poseert alsof zijn leven er van af hangt. De mens slooft zich werkelijk uit.

Wanneer hij het strand weer opkomt, wijzen we naar een klein bootje iets verderop met de naam ‘Belgium’. Dat wij daar vandaan komen, vertellen we. De Belgen, die zijn hen komen helpen na de tsunami, knikt onze visser goedkeurend. Alles was weg, maar hij leefde nog. Hij woont nu in een houten barak op het strand en dat is meteen ook zijn restaurant. The Fisherman Father prijkt er op een kleurig bord naast een houten tafel met banken.

Wat onze visservader allemaal heeft meegemaakt, wie hij heeft verloren, weten we niet. Maar hier staat hij dan. De veerkracht van de mens is groot.

We schudden hem de hand ter afscheid en hij wuift ons uit terwijl wij onze roadtrip verder zetten met onze lokale gids Rohan.

En nu, nog eens twee jaar later, is Sri Lanka opnieuw getroffen. Bommen uit blinde haat. De tsunami was een gril van de natuur. De aanslagen een vreselijke gril van de mens. Gids Rohan woont met zijn vrouw en twee dochters in Colombo. “Dear Rohan, are you and your family okay??” vraag ik hem via messenger wanneer het verschrikkelijke nieuws hier binnenkomt. Het blijft stil. De overheid heeft de sociale media afgesloten. Dus blijf ik wachten op antwoord van onze vriendelijke gids die ons met zoveel trots zijn mooie, gastvrije land liet zien en waar we ons geen moment onveilig hebben gevoeld. Een land dat al zoveel doorstaan heeft en aan een nieuwe adem bezig was na de verwoesting door de tsunami en zoveel bloedvergieten in een verscheurende burgeroorlog.

Toch gaat het leven door, zelfs na immense tragedies. En ik denk aan woorden ergens op de muur van het blauwe huis: “Now we think as survivors, this is the life. Life is difficult, but we are not discouraged.” 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: