Mijn overgrootmoeder, Anna, geloofde niet in de landing op de maan. Terwijl mijn mama en haar jongste zus die zomernacht in 1969 hun bed uit slopen om de live uitzending op tv te volgen, was Anna in slaap verzonken. Ze had geen tv. En als ze die wel had gehad, zou ze zich de moeite bespaard hebben om te kijken.
“Onnozelaars, gelle denkt toch niet dat dat echt is?”
Anna was een kind van 1900. In haar leven maakte ze de introductie van de auto mee, van radio en tv, van elektriciteit in huis. Maar een mens op de maan? Dat idee moet zo gebotst hebben met haar wereldbeeld dat haar hoofd het simpelweg afwees. Een vals spektakel van de showmannen op den televies. Haar kon je niets wijsmaken.
Op maandag 6 april 2026 kijk ik op mijn laptop naar de vier astronauten die 406.771 km van huis zijn en als eerste mensen met eigen ogen de donkere kant van de maan zullen zien. Al is het ‘the far side of the moon‘ en niet ‘the dark side‘ leer ik, want het is er niet altijd donker. We noemen het donker omdat we die kant nooit zien vanaf de aarde. Of omdat we denken aan dat legendarische album van Pink Floyd, dat kan ook.
Er is wel wat aandacht voor de maanmissie in het nieuws, maar het is geen gespreksonderwerp aan de koffiemachine op het werk en de programmatie op tv loopt gewoon door. Thuis heeft voorrang op de maan. Het is gewoon één van die dingen, een lunar fly-by. Even langs de maan en weer terug.
Onze geesten zijn ondertussen al het één en ander gewoon. Jammer, want het blijft een wonderlijke gebeurtenis. De hele mensheid zou samen moeten afstemmen op dit moment. Afstand nemen van ons geklooi op deze adembenemende planeet die vanaf de maan bekeken ook kan opkomen en ondergaan.
We zien de maan elke nacht en toch kennen we haar maar voor de helft. Als een vriend die al jaren in je leven is, vertrouwd, maar toch niet echt te doorgronden. Of als die kant van onszelf die we liever niet verkennen.
Het terrein is er ruwer, met meer kraters en minder maanzeeën, zo blijkt uit de observaties van de astronauten. Misschien is dat ook zo met ons mensen. Dat wat zichtbaar is, is vaak het meest begaanbare stuk. Het deel waar gesprekken vlot lopen en dagen netjes afgerond raken. Maar daarachter ligt iets anders. Onregelmatiger terrein. Oude inslagen. Stilte. We landen daar zelden. En misschien hoeft dat ook niet. Misschien volstaat het om af en toe een omwenteling te maken. Bij onszelf. En bij de mensen die we graag zien. Een fly-by om verder te kijken dan onze near side.
I’ll see you on the dark side of the moon, klonk het bij Pink Floyd. We weten nu dat het daar niet echt donker is. Dat het licht ook schijnt op die andere kant als je er durft naar toe te reizen. Voor Anna hoefde dat allemaal niet. Wat zou ze vandaag denken? Vermoedelijk dat de hele mensheid zot is geworden, dat je van niets nog kunt geloven dat het echt is. Ik zou haar niet eens ongelijk kunnen geven.
Wat had ik haar graag leren kennen. Elk een kind van onze tijd.
Met een wereld ertussen die we nooit helemaal aan elkaar zouden kunnen uitleggen.
Plaats een reactie