“Welkom in mijn kantoor!” Dimitra glimlacht terwijl ze uitkijkt over de olijfgaarden rond Androusa. Aan de voet van het dorp strekt zich een eindeloze vlakte vol olijfbomen uit. Ze stelt zich aan ons voor als olive taster, een gekwalificeerde olijfsommelier. Hier, in het geboortedorp van haar man, brengt ze haar passie voor het vloeibare Griekse goud over op bezoekers van over de hele wereld.
Door de rustige dorpsstraat leidt ze ons naar de restanten van het kasteel dat het dorp eeuwen geleden ommuurde. Iedereen hier heeft olijfbomen, al kan vandaag bijna niemand nog voltijds leven van de oogst. De bomen worden van generatie op generatie doorgegeven binnen de families.
“Je kan leraar zijn of dokter en daarnaast heb je olijfbomen. Er zijn 11 miljoen Grieken en 15 miljoen olijfbomen,” vertelt Dimitra. Zelf ruilde ze een kantoorjob bij een multinational in Athene voor de oprichting van The Olive Routes, waar ze vandaag haar olijfolie verkoopt en gasten ontvangt.
Percelen zijn hier niet afgebakend. “We wandelen met onze kinderen door de olijfgaarden en leren hen welke bomen van de familie zijn en welke niet.”
Grenzen zitten hier niet in hekken of papieren, maar in het geheugen van families. En dat kan nog vele generaties doorgaan, want olijfbomen sterven niet. “Dichter bij de eeuwigheid kan je niet komen. De boom blijft groeien, ook na ziekte of brand.”
Zelfs wanneer de stam hol wordt, blijft het levende weefsel aan de buitenkant functioneren. Sommige exemplaren zijn meer dan drieduizend jaar oud. Hier in het dorp wordt de oudste boom op zeshonderd jaar geschat.
Zeshonderd jaar. Mijn gedachten slaan op hol wanneer ik bedenk wat die bomen allemaal hebben meegemaakt. Hoe ze zichzelf blijven vernieuwen, hun stammen in grillige bochten richting de zon gedraaid. Mijn ontzag groeit. Even later, wanneer we olijfolie proeven, denk ik wat beschaamd aan de achteloos gekochte supermarktolijfolie die al veel te lang geopend in mijn keuken staat. “Rancid”, noemt Dimitra olie die voorbij haar beste tijd is. De Grieken consumeren een vat vaak binnen de maand. Ze dopen er zelfs hun kinderen mee.
Dimitra laat ons ruiken en proeven van olijfolie met verschillende smaken en sterktes. “Ruik je het? Hier heb je aroma’s van versgemaaid gras en groene banaan.” Ik weet eerlijk gezegd niet of ik dat allemaal herken, maar de geur van de olie is aards en puur. In de keuken heeft Georgia, een vrouw uit het dorp, ondertussen een middagmaal klaargemaakt met groenten uit eigen tuin. Het slaatje, de tzatziki, de tomatensaus: alles wordt royaal overgoten met olijfolie. Niets is ingewikkeld, maar alles smaakt vol en echt.
Zo leren we onderweg doorheen de Peloponnesos iets over het belang van puur eten en tijd om te tafelen, ook op een doordeweekse dag. Het sociale leven is hier gebouwd rond koffie, drinken, eten en lange gesprekken.
“We moeten denken aan onze grootmoeders,” vertelt chef Costas in Nafplio. “Aan de manier waarop zij de tijd namen om eten traag te laten garen zodat smaken zich konden ontwikkelen. Simpel en oprecht, als een vorm van liefde.”
Samen met zijn vrouw Agatha ontvangt hij gasten in hun keuken. We snijden groenten, rollen fetakaas in filodeeg, ruiken aan kruiden en luisteren als ijverige leerlingen naar de tips van de chef. In de ene oven gaart een pastaschotel met kip, in de andere rijzen brood en sinaasappelcake. Tussendoor maakt Costas zijn frisse versie van de Griekse salade klaar en bakt hij feta in filo, krokant vanbuiten en zacht vanbinnen. Bij elk gerecht schenkt hij een andere wijn. We laten de smaken tot ons komen.
Costas praat met trots over wat zijn land voortbrengt, maar ook met frustratie over hoe weinig bescherming dat culinaire erfgoed krijgt. Hij vervloekt de Deense feta van koemelk. Tegelijk zijn dat voor veel Grieken niet de grootste zorgen. De staatsschuldencrisis die in 2010 losbarstte, liet diepe sporen na. Werkloosheid schoot omhoog en ook vandaag blijft het voor velen hard werken om rond te komen.
Toch blijft hier iets overeind dat moeilijk te benoemen is. Een soort koppige levenswil.
Op een druilerige zaterdag fietst Fotios met ons door de olijfgaarden van Kalamata. Tijdens de crisis verloor hij van de ene dag op de andere zijn goedbetaalde job in een farmabedrijf. “Maar ik leef,” zegt hij terwijl we door het heuvelachtige landschap glijden. “En zolang je kunt werken, vind je wel een weg. Het goede aan de crisis is dat veel Grieken weer zelf hun olijven zijn gaan oogsten. Het is zwaar werk van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, maar het brengt families opnieuw samen. Je bent rijk wanneer je kunt delen.”
Onderweg wuiven dorpsbewoners naar hem. Natuurlijk kent hij iedereen. “Yassas!” (hallo) klinkt het telkens opnieuw. Honden blaffen tussen de olijfbomen, minder uitnodigend dan de mensen, maar Fotios weet precies hoe hij hen moet toespreken.
En zo reizen we van de ene plek naar de andere, met eten en drinken als rode draad. Van honing tot olijfolie en pistachenoten, van lokale wijn tot de voor mij iets te straffe ouzo en tsipouro.
Overal waar we proeven en ontdekken, blijkt voedsel verbonden met familieverhalen, geschiedenis en trots.
In het Prodromou-klooster, genesteld tegen een steile rotswand niet ver van het bergdorp Dimitsana, krijgen we Griekse koffie aangeboden. Kleine kopjes met drap op de bodem. De monniken praten niet met ons en kijken ons niet aan, maar de koffie is een stil gebaar van gastvrijheid. De rotswanden met eeuwenoude fresco’s, mysterieuze deuren hoog in de wand en onbereikbaar voor bezoekers, vergeelde foto’s in de ontvangstkamer — overal lijken verhalen verborgen te zitten die zich niet zomaar prijsgeven. We krijgen slechts een glimp te zien van iets wat misschien net ongrijpbaar moet blijven, verscholen in het Arcadische gebergte en alleen bereikbaar voor wie bereid is de klim ernaartoe te maken.
Ik had best langer in de bergen willen blijven, maar reizen hebben, in tegenstelling tot olijfbomen, geen eeuwigheid in zich.
In mijn koffer zitten honing, olijfolie en pistachenoten. Geen gewone souvenirs, maar herinneringen aan ontmoetingen, verhalen en plekken.
Smaken die vragen om thuis traag geproefd en gedeeld te worden.
Kon deze blogpost je bekoren? Deel dan een stukje Levenskunst via jouw kanalen:
Plaats een reactie