“Shit, zitten hier krokodillen?!”

Daar stond ik dan, aan de oever van de Nijl. Ergens in Oeganda. Op mijn blote voeten. Ik staarde met grote ogen naar het water. Het water dat vervaarlijk raasde. En ik vroeg me af wat me bezield had om me in dit avontuur te storten. Letterlijk en figuurlijk. Waar was ik aan begonnen? Ik ben niet bang van water, maar zo’n kracht had ik nog nooit gezien. En wij gingen in ons rubberbootje eens even die pure natuurkracht trotseren. En dat maakte me wél bang. Doodsbang eigenlijk. Mijn hart klopte als zot. Adrenaline raasde door mijn lijf.

Een dag bootje varen op de Nijl, het leek aanlokkelijk. Dat het geen gezapige cruise ging worden, dat besefte ik wel. Oh ja. Maar die paar stroomversnellingen zouden vast wel meevallen, toch? Ik zat in een raft met een paar Amerikanen, een Ierse, drie Hollanders en een Oegandese ‘kapitein’ die niet zo onder de indruk geweest moest zijn van onze rafting skills. En zeker niet van de mijne. Na een korte training in het stille water (waarbij ik al een halve paniekaanval probeerde te verbergen toen het bootje omsloeg en ik er onderdoor moest zwemmen), vertrokken we voor het échte werk. 24 kilometer, 8 stroomversnellingen. Bijna allemaal grade 5. In rafter’s taal: de op één na hoogste moeilijkheidsgraad. Big Brother, Vengeance, Point Break,  Super Hole, …. elke versnelling heeft een passende naam. En elke keer kregen we andere instructies van onze ‘kapitein’. “Als we hier omslaan, wat je ook doet, laat de boot los!” riep hij de ene keer. Om dan bij een volgende waterverschrikking te roepen dat we de boot zeker NIET mochten loslaten als we niet te pletter wilden slaan. Dit was geen tochtje op de Radja River in Walibi. Oh nee …

Het was wat overweldigend voor mij. Ja, een beetje veel overweldigend. Terwijl anderen joelden van opwinding, werd ik er stil van. Overlevingsmodus. Energie en adrenaline gebruiken voor de juiste dingen. Me focussen om niet te pletter te slaan. Om niet te verdrinken. Rampscenario’s schoten door mijn hoofd. En ergens onderweg dacht ik ook nog “Shit, zitten hier krokodillen?!”.

Het water schuimde en raasde op de smallere diepe delen, om dan weer over te gaan naar brede, rustigere stukken. Voor elke versnelling hiefen we onze peddels en uitten een soort strijdkreet. Als krijgers stortten we ons in het gewoel. En op één of andere manier kwamen we door zeven versnellingen zonder dat ons bootje flipte. Al flipten mijn gedachten wel een paar keer. En mijn hart ook. Zeker toen we op één punt aan land moesten gaan. Omdat het water te gevaarlijk was. Grade 6. Niet voor amateurs. En amateurs, dat waren we. We droegen onze raft tot aan het ‘doenbare’ deel van de versnelling en ik prevelde bijna een schietgebedje voor een veilige passage. Vanop de oever zag het er nog wilder en alles verslindend uit. Maar op één of andere manier kwamen we er door en juichten van opluchting toen we aan de andere kant in rustiger water kwamen.

Maar dan kwam het laatste obstakel. De Bad Place. Deze plek heeft zijn naam niet gestolen. Het water kwam met zo’n kracht omhoog dat we geen schijn van kans hadden. Het ene moment hield ik mijn peddel nog met alle macht vast, het volgende zwalpte ik ergens tussen de riviergolven die me bleven overspoelen. Ik wist eventjes niet meer wat onder of boven was. Hoopte dat mijn benen niet te pletter zouden slaan tegen een rots. En dat de krokodillen hier niet waren. Een medewerker van het rafting bedrijf hijste me aan boord van een kano en sprokkelde ook mijn mede-avonturiers bij elkaar tot we weer in het raftbootje zaten. Zonder peddels, maar wel nog in één stuk. Eén van de Amerikanen schreeuwde nog vol adrenaline: “Really, I could only think about myself. I didn’t think about any of you!” Red jezelf en laat de anderen verzuipen dus.

Ik slaakte een zucht van opluchting toen we terug aan land gingen. We kwamen op adem bij een biertje. Iedereen had blijkbaar de nood om nog eens te vertellen wat hij of zij voelde daar in het wilde water. Sommigen vonden het fantastisch, zouden het zo weer doen. Ik … niet zo. Een mens moet af en toe eens uit zijn comfortzone komen. Maar dit was voor mij niet zomaar een stapje over mijn veilige grens. Het was er eindeloos over. Referentiepunt: de maan.

Ik vind mijzelf geen avonturier. Dat ik nooit een onbevreesde G.I. Jane ga worden is ook niet erg. Ik ben gewoon Petra. En die is best bang voor een aantal dingen. Maar soms verras ik mezelf. En trotseer ik wat ik denk dat ik niet kan of niet durf. Niet omdat iemand anders me zegt dat het moet (dat werkt namelijk averechts bij mij), maar omdat ik het zélf wil. Hier was het een wildwater tocht op de Nijl, ver weg. Maar grenzen van comfortzones overstijgen gebeurt doorgaans veel dichter bij huis, gewoon in het hoofd en in veel minder extreme omstandigheden. Ik heb nogal de neiging om mijn eigen kunnen te minimaliseren. En dan denk ik soms: “Woman, je hebt de Bad Place getrotseerd op de Nijl, dan durf je dit toch ook wel aan, zeker?” 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: