Ode aan kleine grote vrienden

Jules vraagt niet veel: eten, slapen, wandelen en aandacht. Die aandacht wil hij zelfs niet de hele tijd, want soms gaat hij gewoon in zijn nest liggen in de garage. Dan wordt hij liever met rust gelaten. Ook voor een hond wordt het soms blijkbaar teveel. Ik begrijp dat wel. Een mens wil soms toch gewoon ook eens in de zetel liggen, al dan niet met een dekentje. Een klok heeft Jules niet nodig. Hij kent zijn tijd. Hij weet exact wanneer hij de keuken binnen moet komen voor zijn 100 gram Prestige brokjes. En aansluitend gaat hij aan de kast staan waarvan hij weet dat iemand er zo meteen zijn dessert uit zal halen, een kauwbeen op de middag en een soort bifi worst voor honden (heilzaam voor de gewrichten) na zijn avondeten. Dat mijn ouders een week op verlof gaan, doorbreekt zijn zorgvuldig opgebouwde routine. Mijn broer en ik nemen in een co-ouderschap de zorg voor Jules over.

Dat is voor ons geen opoffering: wij zijn opgegroeid met honden en kennen de onvoorwaardelijke vriendschap die je van een hondenvriend kunt krijgen. Onze jeugd is onlosmakelijk verbonden met herinneringen aan onze viervoetige huisgenoten die deel uitmaakten van ons gezin en onze thuis. Hilarische momenten hebben we meegemaakt. Om middernacht in pyjama in de tuin een hond achterna zitten die zijn jachtinstinct voelt ontwaken met een doodsbange egel in zijn bloedende bek? Daar hadden wij een tactiek voor ontwikkeld. Of een jammerlijk overleden goudvis met veel statigheid begraven om dan even later het oranje lijkje aangeboden te krijgen door je fier kwispelende viervoeter. Ook op wandeling kan je ’t één en ander tegenkomen. Mensen knopen makkelijker een gesprek aan. En een hond is vaak een kindermagneet. Op één van mijn wandelingen riep een kleine jongen ooit enthousiast: “Kijk, papa, een mooi hondje!”. De papa bleef met zijn zoon aan de overkant van de straat staan en zei: “Nee jongen, dat is een mooi meisje.” De hond was zich van niks bewust en ik des te meer. Ik zal mij wel blozend uit de voeten gemaakt hebben.

Een hondenvriend voelt feilloos je gemoedstoestand aan. Ik herinner me hoe ik eens verdrietig op de dorpel aan onze achterdeur zat en King, onze lieve, prachtig ros gekleurde Golden Retriever, naast mij kwam zitten. Zij aan zij. Er waren geen woorden nodig. Dat is misschien wel de mooiste troost die ik ooit gekregen heb. En ik verzorgde hem dan weer met oneindige toewijding toen hij aan het einde van zijn leven kwam en ongeneesbare wonden op zijn pootje kreeg. Ik ontsmette het open vlees voorzichtig, legde keer op keer een schoon verband aan, ook al wist ik dat het hopeloos was. Eten deed hij alleen nog een beetje als hij met de hand gevoed werd. Intrieste momenten waren het wanneer we afscheid moesten nemen omdat een hondenleven nu eenmaal zoveel korter is.

Immens verdriet heb ik gehad. Je trouwe vriend bijstaan terwijl zijn laatste ademzucht door zijn lijfje jaagt, dat vergeet je nooit.

Jules is de eerste hond die in ons gezin kwam nadat Tom en ik het huis uit waren. Maar toch voelt ook Jules als ‘onze’ hond. Ik hield hem als pup van een paar weken oud tegen mijn gilet terwijl hij in plaats van te piepen hinnikte als een paardje. Hij is geboren in een paardenstal en dacht blijkbaar dat hij zelf een veulentje was. En nu is Jules alweer 11 jaar (of 77 in mensenjaren). Zijn buikske hangt door, hij zakt al eens door een poot en hij heeft voortdurend oorontstekingen. Het medicijn wordt in zijn geteisterde oortjes gespoten, daarna volgt een oormassage en een voorzichtig deppen van de oorschelpen. Liefde voor een dier stopt niet bij vuile oren.

In het midden van onze co-ouderweek smst broer me dat Jules mankt en niet wil eten. Na het werk ga ik langs bij onze kleine vriend die stilletjes in zijn mandje in de garage ligt. Ik heb de gewoonte om de meest onnozele koosnaampjes te bedenken en ook Jules ontsnapt daar niet aan. “Awel, Juleprul,” spreek ik hem zachtjes toe terwijl ik bij hem neerkniel. “Gaat het niet jongen?”. Ik neem zijn kopke in mijn handen en hij laat zich gewillig knuffelen, kijkt me wat zielig aan met zijn grote bruine ogen. Hij besluit dan toch van de garage naar de living te komen, mankend kruipt hij daar zijn nestje in en legt zijn kop gelaten neer. Dat wordt dierenarts, denken we. Maar de volgende dag is hij alweer te poot. En zijn eetlust is terug. Wij blij. Vrijdag moeten Tom en ik allebei werken en komt mijn schoonzusje overdag op de kleine passen. Niet voordat ze van ons de uitgebreide instructies krijgt. “Zijn waterbakje best regelmatig verversen, hij drinkt niet graag van een bak waar teveel slijm in hangt,” hoor ik mezelf zeggen. “En dit is dus het bekertje waarin je zijn brokjes kan afmeten. ’s Middags moet hij daar drie ampullen bij krijgen, voor zijn gewrichten,” voegt Tom toe. En ik denk: hoor ons bézig! We lachen er nog om.

Voor we het weten is het alweer zaterdag. Zowat een uur voor mijn ouders thuiskomen, begint Jules rond te draaien. Hij gaat buiten liggen en kijkt afwachtend naar het poortje. Hij is door het dolle heen wanneer mijn ouders arriveren. Hij kwispelt, jankt, maakt vreugdesprongetjes op zijn oude-meneertjes-manier. Alles is weer gewoon.

En mijn hart knijpt een beetje samen van liefde voor Juleprul, onze kleine grote vriend.

IMG_1076

 

Een gedachte over “Ode aan kleine grote vrienden

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: