“Francesco, Francesco!” klinkt een vrouwenstem over de Campo Santa Margherita. Een jongetje scheurt met tomeloze energie op zijn ministep over het plein, achtervolgd door zijn nonna. Ik sla het tafereel gelato likkend gade. De zon heeft beslist dat het lente is en iedereen in Venetië, toeristen en locals, gehoorzaamt. Voor een aperitivo is het hier nooit te vroeg, voor de kleine hapjes die ze hier cichetti noemen evenmin.
Het is mijn tweede dag in de stad en ik voel de tijd vertragen.
In het gezelschap van Alessandra dwaal ik door de steegjes, over bruggen en pleinen, met slechts een vage richting als leidraad. In het Engels bestaat daar een fantastisch woord voor: coddiwomple, doelgericht verdwalen. We weten naar welke wijk van de stad we willen, maar laten ons onderweg gewillig misleiden door de wirwar van steegjes die zelfs Google maps niet helemaal kan doorgronden. Af en toe moeten we op onze stappen terugkeren, wanneer een steeg plots eindigt op een kanaal, zonder brug. Dat voelt nooit als verloren tijd, want we letten niet op het uur en er valt altijd iets te ontdekken, een verweerde deur, een muurspreuk – ‘Life is too short to be negative’.
’s Ochtends strijken we ergens onderweg neer in een pasticceria voor een koffie en brioche.
Het is meer dan drie jaar geleden sinds Ale en ik elkaar zagen, toch hoeven we nooit opnieuw te wennen aan elkaars gezelschap. Er is veel om over te praten, over onze families, liefde, werk, reizen. Onze vriendschap begon eind jaren 90 via brieven, lange handgeschreven brieven heen en weer tussen België en Italië. Doorheen de jaren verkenden we samen Europese steden of gingen op roadtrip. We halen herinneringen op en maken er nieuwe in Venetië, dwalend door de wijken, elk met hun eigen karakter. In de buurt van het Arsenale, weg van de mensenmassa rond het San Marco plein, hangen waslijnen van gevel tot gevel.
Onderbroeken, t-shirts en lakens drogen in de zon en verspreiden een aroma van zeep, zo’n ouderwetse geur met een vleugje citrus, netjes en geruststellend.
Langzaam verschuift er iets binnen in mij. Alsof mijn zintuigen zich opnieuw afstemmen. Ik vertraag. Word aandachtiger. De vermoeidheid die ik meebracht, lost zachtjes op. Het stelt me gerust dat mijn lijf en hoofd nog weten hoe dat moet. Wat een geluk en voorrecht is het om hier te mogen zijn. De wereld draait door en ik drink koffie en Spritz in Venetië. Het nieuws laat ik even voor wat het is. Om ruimte te maken voor iets anders. Voor lichtheid. Voor lachen. Voor het besef dat ook dat mag bestaan, zelfs en vooral nu.
Wat me hier raakt, blijkt verrassend eenvoudig. Kleuren, geuren, smaken. Vriendschap. Licht dat over water glijdt.
Een boekenwinkel met de muffe geur van oud papier en vocht. Niet voor niets heet de winkel Acqua Alta, verwijzend naar het hoge water dat de stad – en mogelijk ook de boekenwinkel – jaarlijks wel een paar keer overspoelt. Achteraan staat een deur open naar het kanaal. Handig, het is meteen ook de nooduitgang. Een nieuwe groep bezoekers vult het smalle labyrint van boeken. Wij glippen naar buiten en zetten onze tocht voort. Coddiwompelend.
Ale en ik vieren het leven en de vriendschap, die dagen in Venetië.
De laatste dag nemen we de waterbus naar het eiland Burano, befaamd voor de kleurrijke vissershuizen. Een stroom bezoekers verspreidt zich over het compacte dorp, langs de winkeltjes en terrassen. De lentezon straalt aan een helderblauwe hemel en licht het felle geel, blauw en roze van de huizen nog meer op. Een koppel zwanen zwemt onverstoord over het kanaal. De warmte, het licht, de kleuren, ik sla ze op als brandstof voor mijn lijf en brein.
Wanneer we in de vooravond terugkeren naar Venetië klinkt het van ‘Dottore! Dottore!‘ in de studentenwijk waar we logeren.
Een nieuwe lichting afgestudeerden wordt uitbundig gevierd door familie en vrienden. De kersverse dottore of dottoressa draagt een lauwerkrans en ontvangt niet alleen felicitaties, maar ook liefdevolle spot. Hou je voetjes maar op de grond, zeggen ze daarmee. ‘Dottore! Dottore! Dottore del buco del culo!” of zoals Ale het laconiek vertaalt voor mij: ‘Doctor of the arsehole’. Er zal nog hard gefeest worden die nacht. ‘Tot 11 uur morgenvoormiddag gaat dat door!’ lacht de ober op het terras waar we ’s avonds genieten van een laatste pasta en tiramisu.
Wij zoeken ons logement op voor een rustigere nacht, achter een oude, groene deur op de Campo.












Knappe sfeerschets, Petra!
LikeLike