Brazil blues

De sirene van de ambulance gaat die maandagochtend door merg en been. De stinkende uitlaatgassen van bussen en auto’s komen met meer geweld dan voorheen mijn longen binnen. Vier weken is het geleden dat ik het 10-minuten-traject van de parking naar het ziekenhuis (daar werk ik) liep. Mijn ogen zijn nog gewend aan het groen van de jungle en uitgestrekte natuurgebieden, mijn oren aan getjirp van vogels, aan ruisend water en ook wel aan de beats van samba reggae. Brazilië krijg je niet zomaar uit je lijf en je gedachten. Dat wil ik ook helemaal niet. Ik hoop het Brazilië-gevoel nog vast te kunnen houden, maar met elke stap richting ziekenhuis kom ik weer dichter bij de dagelijkse routine die ik een hele maand heb achtergelaten. Compleet heb uitgevaagd eigenlijk.

Tegelijk voel ik me een flauwe trees. Ik heb een fantastische reis gemaakt en ik keer terug naar een job die ik graag doe, met collega’s uit de duizend (of nee, een miljoen). Wat loop ik daar dan zielig te doen over het feit dat het voorbij is en ik terug moet? Get over it, woman! (soms moet een mens zichzelf zo aanspreken, voor iemand anders het doet).

Maar het gaat dieper dan dat. Ik vertoon de symptomen van een cultuurshock. Een omgekeerde cultuurshock. Ik heb er zelden last van als ik in een nieuw land aankom, maar eens te meer wanneer ik terug in België arriveer.

Ik mis open ruimte, natuur, het onderweg zijn, nieuwe indrukken, vriendelijkheid, … Voor alle duidelijkheid: ik idealiseer de landen waar ik naartoe reis niet. Brazilië heeft een indrukwekkende schoonheid en bruisende cultuur, maar de democratie is er momenteel ver te zoeken. De kloof tussen arm en rijk is gigantisch, steden kampen met criminaliteit en het Amazone woud wordt onverminderd verder gekapt. Het gaat er ook niet om dat ik terug naar Brazilië wil. Eigenlijk gaat het niet echt om Brazilië. Dit overkomt me namelijk na elke verre reis, van Azië tot Afrika tot Zuid-Amerika. Keer op keer zet het reizen door een compleet andere omgeving mijn eigen vertrouwde wereldje even op zijn kop. Omdat ik de contrasten zie. Omdat het weer wennen is aan zoveel beton en asfalt. Omdat de mensen weer wat meer gesloten zijn, op hun eigen eilandje. Omdat het intensieve ontdekken weer plaats maakt voor vaste patronen.

Ik heb het lastig die eerste maandag op buro. De vier muren beklemmen me en er mankeert wat aan mijn concentratievermogen. Het stilzitten maakt me doodmoe en mijn ogen kunnen maar niet wennen aan het computerscherm. En toch weet ik dat dit binnen de kortste keren weer ‘normaal’ zal voelen, of ik dat nu wil of niet.

Ik kies er bewust voor om dit mee te maken, de kleine worsteling na het verre reizen. Andere stukken van de wereld zien zet de dingen in perspectief. En dat doet een mens nadenken. Over waar het nu eigenlijk écht om draait in het leven bijvoorbeeld. En dan bekruipt me toch het gevoel dat we daar met z’n allen misschien net een beetje te ver van afgedreven zijn, in een maatschappij waar alles steeds sneller en efficiënter moet gaan, waar er vooral geconsumeerd en gepresteerd moet worden. Het is erg verfrissend om te ervaren dat dat niet overal in de wereld zo is. Dat er nog plaatsen zijn waar mensen tijd nemen om bij elkaar te zitten, dat ze dieren en planten kunnen benoemen, sterrenconstellaties aanwijzen, zomaar dansen op straat. Het mag allemaal een beetje trager, zorgelozer, … En ja, dan pikt het een beetje wanneer je weer in de file op de Brusselse ring staat (zelfs in de zomervakantie), gezaag leest op Facebook over pietluttigheden, plots weer een agenda moet hanteren.

Gelukkig werk ik in een team met drie fantastische collega’s. Ze laten me die eerste uren wennen, stellen nog geen té lastige werkvragen (koffie helpt ook altijd), zijn oprecht geïnteresseerd in mijn reisverhalen en begrijpen het dubbele gevoel waarmee ik terugkom. Later die week gaan we op onze halfjaarlijkse retraite om onze plannen en budget voor het komende jaar te bespreken. Dat doen we op een prachtige locatie temidden van bossen. We brainstormen op het panoramisch terras met het geluid van de vogeltjes op de achtergrond en zicht op het groen. Maken tussendoor tijd voor een wandeling naar de boomhut en de vijver op het domein. Hangen onnozel te doen aan een paar versleten turntoestellen langs het wandelpad. Mijn collega’s en ik, wij werken hard en lachen veel. En daar in de rust van de natuur nemen we de tijd om na te denken, stil te staan en helemaal onszelf te zijn, even weg van deadlines en vergaderingen. Ik voel me op slag beter en besef dat mijn omgekeerde cultuurshock stilletjes aan wegebt. Omdat ik ook hier, in het juiste gezelschap en weg van het grijze beton, me springlevend voel. Het besef dat ik dat gevoel ook dichtbij kan vinden, maakt me blij en stelt me toch ook wat gerust.

Verre reizen kunnen maken vind ik een ongelooflijk privilege. Het maakt me een rijker en beetje wijzer mens. Maar ik kan nu eenmaal niet altijd op reis zijn. Mijn leven is tot nader order hier. De mensen die ik graag zie zijn hier. Wat ik wel kan doen is van elke reis een stukje inzicht meenemen, kleine dingen integreren in mijn leven hier. Soms een klein beetje Braziliaans zijn (lang leve de siesta in de hangmat!) of Namibisch (niet téveel denken aan morgen) of Japans (respect). Het beste van al die andere plaatsen en culturen meenemen naar hier.

Ja, zo’n hangmat aan mijn buro, dat zie ik wel zitten … En die caipirinha’s smaken ook niet slecht.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: