In het diepst van de donkere winter

“Vermist: duif.” Op de vloer aan de betaalautomaat van de parking ligt een verdwaalde A4 poster met grote kleurenfoto’s van een duif. Ik buig me naar de grond om de oproep te kunnen lezen. De vermiste duif mist een rechteroog, schrijven haar baasjes. “Ze draait haar nekje om beter te kunnen zien.” Er spreekt liefde uit de affiche. Liefde voor de vermiste huisduif. Vale heet ze. Ze volgt mensen, maar laat zich niet makkelijk vangen, schrijven de baasjes. De oproep dateert al van einde april en ligt hier nu verdwaald aan mijn voeten. Ik heb net in de feestelijk verlichte straten van de stad gelopen en de trappen afdalend naar de parking vraag ik me af of Vale, de eenogige duif, ooit is thuisgekomen. Het zou een mooi decemberverhaal zijn, al zegt de realist in mij dat de arme duif ondertussen waarschijnlijk een droeviger lot beschoren is. Binnen de kortste keren zullen achteloze voetstappen de gevallen affiche besmeuren en verdwijnt ook de hulpkreet van de baasjes. Het jaar zal wisselen en Vale wordt definitief een herinnering. “Weet ge nog, hoe ze zo zot was van ratelende zaadjes? Hoe ze haar kopke zo scheef kon houden?” zullen haar baasjes af en toe nog zeggen.  

In het diepst van de donkere winter schuilen verhalen, als je maar kijkt en luistert. Ze liggen voor het rapen, op de grond en in stille, ogenschijnlijk verlaten straten.

Op een nevelachtige avond wandel ik blokje om door de straten van mijn dorp. Er is geen mens te bespeuren. Het leven heeft zich binnenwaarts gekeerd, achter gesloten rolluiken en voor allerlei schermen die aanzetten tot scrollen, swipen en zappen. Hier en daar bungelt een kerstman aan een gevel en fonkelen lichtjes van kil blauw tot warm geel. Het is stil in het dorp, alsof de nevel ook elk geluid dempt. En dan hoor ik het. Onmiskenbaar. Het schelle muziekje van de groenten- en fruitkar die al decennia door de straten rijdt. Gino, de rijdende groentenman, moet zowat het laatste specimen zijn van een uitstervende soort. Hij houdt halt en de muziek stopt. Een figuur maakt zich los uit een donkere huizenrij en stapt naar het baken van licht.

Het heeft iets filmisch, poëtisch bijna, hier op de verlaten straat: de avondwandelaar, de rijdende groentenman en de eenzame koper met kabas.  

In de dagen daarna schuif ik voor het eerst in maanden mijn schrijfbureau voor het raam. Na vele grauwe dagen is de lucht zeldzaam winterblauw en de zon werpt een gouden gloed over daken, gevels en kale bomen. Ik prik een nieuw buisje inkt op mijn pen en schets wat woorden en zinnen in mijn notaboek, zoals een tekenaar de eerste contouren van een silhouet vormt. De woorden vloeiden de afgelopen maanden minder vlot. Gedachten waren moeilijker te vangen op papier, dus liet ik ze fladderen, erop vertrouwend dat ze op één of andere manier wel zouden landen.  

Behoedzaam strijkt een duif neer in mijn tuintje.

Ze is nieuw hier, op zoek naar eten. Ik glimlach. Zou het? Nee, ze heeft twee oogjes en is mensenschuw. Ik werp voorzichtig wat brood, de duif vliegt weg en ik ga verder zinnen spinnen.  

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: