Avondroep

Achter een gammel hek vinden we een stukje paradijs: een driehoekig huisje met zicht op de pieken van Prokletije. Het ligt op het hoogste punt van Vusanje, een dorp in het oosten van Montenegro waar de nabijheid van Albanië voelbaar is. Langs smalle, kronkelende wegen zijn we hier geraakt, met momenten van desoriëntatie wanneer ook de gps het niet meer weet. Het gammele hek, zo ontdekken we, dient om de enige koe van het boerderijtje beneden ons vakantiehuisje op het terrein te houden.

‘De vervloekte bergen’, dat betekent Prokletije volgens de lokale talen. De hoogten van meer dan 2500 meter ogen ruig en zoveel ouder dan de mens.

Het vraagt wat om deze pieken te bedwingen. Wij bewonderen ze vanuit de valleien in dit afgelegen deel van Montenegro. Hij en ik, twee kleine figuren die wandelen tussen zoveel grootsheid. Onderweg staan we geregeld stil, gewoon om te kijken en dan vast te stellen dat geen enkele foto dit kan vatten. Onze blik wordt ook naar beneden getrokken, naar het helderblauwe water van Oko Skakavice, oftewel ‘Het Oog’. Het ijskoude water borrelt omhoog uit een karstbron en ligt haast verborgen tussen de bomen, als een schat voor de hikers in de Ropojana vallei. Verderop ligt een meer in zomerpauze. Het gletsjermeer vult zich aan het einde van de winter en in het voorjaar met smeltwater. Nu zien we alleen een grassige kom tussen de bergen. En toch kijken we met ontzag naar dat machtige landschap.

’s Avonds, in het dorp, lopen de boeren met lange stokken door de straten om hun koeien weer naar huis te brengen.

Aan ons huisje klinkt de avondroep voor de enige koe van de boerderij. Een steeds terugkerende melodie van de boer, Oj, hajde! Kom, kom! Op haar dooie gemak daalt de koe, aangekondigd door het gerinkel van de bel om haar nek, naar beneden. Boven ons cirkelen zwaluwen, als voorprogramma voor de dieren van de nacht. Krekels tsjirpen en de roep van een uil klinkt doorheen de vallei. In het donker zitten we op het terras, onder een fonkelende sterrenhemel. De nacht is zo helder dat we de pulsaties van Antares zien, een rode superster. En wanneer we gaan slapen, blijven de sterren over ons waken door het grote driehoekige raam in de nok van het huis.

De bewoners van de boerderij volgen hun routine, ongestoord door onze aanwezigheid.

Het lijkt al generaties hun manier van leven. Hun voorouders rusten onder de grafstenen op de heuvel achter het huisje. Het leven is hier eenvoudig, traditioneel en volgt het ritme van het berglandschap en de seizoenen. Al biedt de passage van wandelreizigers in de zomer vandaag wel nieuwe kansen en inkomsten. Toch voelen we ons bij een rondje door het nabijgelegen stadje Gusinje een curiosum. Hier en daar zitten bewoners voor hun huis. Ze kijken even nieuwsgierig naar ons als wij naar hen. Zwerfhonden lopen kwispelend met ons mee. In dit stadje waar reizigers doorgaans gewoon passeren, kijken we onze ogen uit. Kasten van huizen staan zij aan zij met vervallen boerderijen die soms nog bewoond lijken. Grote, dure auto’s met Amerikaanse of Zwitserse nummerplaten staan geparkeerd aan de villa’s. Het is de zomerterugkeer van de bewoners die hun geluk elders beproefden en nu, al is het maar voor een paar weken, terugkeren naar de plek waar hun verhaal begon. Voor hen is Prokletije gewoon thuis. Misschien verbazen ze zich niet meer over de schoonheid van de bergen en valleien. Ze kennen ook de keerzijde ervan: het ruige, de onvoorspelbaarheid, de isolatie tijdens de winter.

Het voorrecht van ons reizigers is dat we hier gewoon mogen zijn. We hoeven hier niet veel meer te doen dan te kijken en te luisteren.

Naar de bergen die overdag zo overweldigend mooi zijn en die bij avondval slechts een vaag lijntje vormen in de lucht.
Naar het leven dat hier een eigen ritme volgt.
Naar de bel van de koe en de avondroep van de boer.

Oj haijde. Kom, kom.

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑