Hemelzwerver

Door de nachtelijke hemel scheurt ze, een grote klomp ijs, stof en gas. Een wetenschapper in de jaren 50 beschreef haar soort als een vuile sneeuwbal. Een veel oudere wetenschapper-filosoof had het 2300 jaar geleden over een ster met lange haren. Het eerste klinkt als een originele belediging, het laatste als een halve liefdesverklaring. Verhit door de zon barst ze uit. Nachtenlang. In woede of grote vreugde, wie zal het zeggen? Daar is ze, Neowise.

Beneden de komeet leven wij op een bol waar een virus rondwaart en waar ministers uit het raam wegsluipen om dringend op vakantie te vertrekken.

In het bestaan van de komeet stelt het menselijk geklungel, onze grote en kleine rampen en voorspoed, niets voor. Ze zwerft al 4,6 miljard jaar rond in de onpeilbare uitgestrektheid van de ruimte, bedekt door donkere, roetachtige deeltjes. Het is een gevaarlijke tocht, onderworpen aan spelingen van zwaartekrachtvelden die haar in een elliptische baan werpen dichter bij de kern van ons zonnestelsel. Ze ontmoet hongerige sterren, zoals de zon, die haar kunnen verslinden.

Neowise reist al lang en ze volgt een heel wijde baan. Duizenden jaren doet ze over één ronde. Het is bij toeval dat ik lees dat ze dicht bij de aarde is en door geoefende ogen bij heldere hemel gespot kan worden. Wetenschappers kijken al maanden uit naar haar passage sinds ze in maart 2020 ontdekt werd via de Neowise-telescoop. Maar het nieuws van haar komst krijgt amper aandacht. De mensheid is anno 2020 geoccupeerd door andere dingen.

In vroegere tijden was een komeet een ketterse verschijning, de aankondiger van rampspoed, de dood van koningen en keizers. Belangrijk genoeg voor Shakespeare om nu en dan een komeet te vermelden in zijn toneelstukken. Een middeleeuwse paus vond er niet beter op dan een komeet per pauselijke verordening te verbannen. Alsof kometen zich een knijt aantrekken van wat ene paus Huppeldepup afkondigt. De menselijke hoogmoed en stupiditeit kent geen grenzen. Amper 110 jaar geleden kwam de komeet Halley zo dicht bij de aarde dat paniekzaaiers en oplichters ‘komeetpillen’ en gasmaskers tegen schadelijke dampen verkochten. Op valse wetenschap en bijgeloof zit ik niet te wachten, maar meer poëzie en reflectie kan de wereld wel gebruiken.

Mensen en kometen hebben meer gemeen dan je zo direct zou denken. Rond en rond cirkelen ze, langs lichamen die aantrekken naar een bepaald punt of wegduwen, soms met vernietigende kracht.

Nu eens komen ze dicht bij hun doel, dan weer dwalen ze af. Maar als ze oplichten, aangevuurd door een energiebron, dan tonen ze hun kracht. Dan zijn ze geen donkere puinhoop, maar een stralende hemelzwerver. Ze laten zich zien in al hun glorie tot ze weer afkoelen, stilletjes doven en de tocht verder zetten op een koers die nooit helemaal zeker is.

Op zaterdagavond 18 juli sta ik om 23:30 uur in mijn tuintje. Ik tuur naar boven. ‘Kijk richting NNW, 15°’, stond er bij het kaartje van het Planetarium op Facebook. Maar ik ben geen ruimtekaartlezer en ook geen padvinder. Op goed geluk kijk ik wat rond in wat ik denk dat de juiste richting is. Er zijn zelfs amper sterren te zien. In een donkere woestijn had ik moeten zijn. Maar ik sta op mijn terras waar het lelijke schijnsel van de oranje straatverlichting verderop sterker oplicht dan de sterrenhemel.

Toch vind ik het een opbeurende gedachte dat er nu overal ter wereld andere mensen zijn die de komeet wel zien en in volle verwondering kijken naar het unieke schouwspel. Ik beeld me in hoe sommigen ‘wooooooowwww!’ roepen, terwijl anderen stil worden. Hoe sommigen alleen zijn en anderen zij aan zij staan in elkaars warmte. Wetenschappers observeren met telescopen, fotografen proberen haar te vangen met een kleinere lens.

En dan zijn er de mensen die kijken met hun ogen. Dat is nog het mooist van al.

De vorige mensen die Neowise zagen, leefden ergens in het vijfde millennium voor onze jaartelling. Wat zij dachten en voelden, daar hebben we het raden naar. Misschien vonden ze het prachtig. Misschien werden ze er doodsbang van. Ze hadden geen smartphone, geen Facebook, geen kaartje van het planetarium. Maar de nachtelijke hemel toonde zich met een helderheid die wij vandaag alleen nog kunnen ervaren op plaatsen waar geen mensen zijn.

Over 6800 jaar keert ze terug. De hemelzwerver met het lange haar.
Het virus zal verdwenen zijn. Wij mensen misschien ook.
En de ministers zeker.

 

Foto: Emily Hassell, Joshua Tree National Park, 17 juli 2020

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: