De wijsheid van bomen

Twee Japanners lopen over straat. “Wij praten soms urenlang over mos,” zeggen ze tegen reportagemaker Paulien Cornelisse voor haar programma Tokidoki. “Ja, mos bestaat al langer dan de mens. Het is kalm en vredig. Het is er altijd. Zilvermos geeft me levensadvies,” gaat de ene verder. “Ja, zilvermos, dat is echt gaaf spul,” knikt de andere enthousiast. Zelf heb ik niets speciaals met mos. Ik heb nog nooit de neiging gehad om met een vergrootglas dat kleine groene spul te bestuderen. En het is ook geen droom van mij om toe te treden tot een mosclub (ja, die bestaan echt in Japan!). Maar ik begrijp wel wat deze Japanners bedoelen.

Ik ben meer een boommens. Ja, met bomen heb ik wel iets. Bomen met een hoge stevige stam, sterke wortels en brede takken die als een beschermend dak over hun omgeving hangen. Zo’n bomen die de tand des tijds doorstaan, stormen trotseren, helemaal doorbuigen in de wind en uiteindelijk toch overeind blijven. Met hun omvang, hun wortels, littekens en vervormingen op hun schors … vertellen ze hun eigen levensverhaal. Waterschaarste, harde winters, brand, … het laat allemaal sporen na. Maar de sterkste bomen blijven oprijzen, seizoen na seizoen, in een eindeloze cyclus.

Het oudste exemplaar dat ik ooit mocht aanschouwen was een kauriboom in Nieuw-Zeeland van enkele duizenden jaren oud. Voor de Maori’s is de boom heilig. Daarom heeft de boom ook een naam, Te Matua Ngahere (Father of the forest). Als je het doet zoals het hoort, loop je niet zomaar naar de boom toe als de eerste de beste argeloze toerist. Nee, de Maori gids kondigt de bezoekers aan met een lied dat hij zingt in de stilte van het woud, in het schemerlicht. Het voelt alsof we op audiëntie gaan bij een heel waardige oude opa. En dan zien we Te Matua Ngahere in volle glorie. De ene schat de boom al ouder dan de ander (het kan ergens tussen de 2000 en 4000 jaar oud zijn), maar het is sowieso indrukwekkend en moeilijk te bevatten. Duizenden jaren en al die tijd stond de boom hier rustig te groeien, terwijl er in de wijde wereld oorlogen werden gevoerd, werelddelen ontdekt en zovele mensenlevens geleefd.

Ik voel me klein en nietig, maar op een louterende manier. Zo’n oude boom zet de dingen – en jezelf – in perspectief. De Japanners hebben daar een schitterend woord voor: Yugen. Het is onmogelijk om dat in één woord te vertalen. Het is meer een concept, een manier van (be)leven. Yugen is je opeens heel erg bewust zijn dat je een onderdeel bent van een veel groter universum, en dat brengt een soort poëtische kalmte voort. Dat kan gebeuren terwijl je mos bekijkt met een vergrootglas (bij de Japanners in de mosclub), of terwijl je een mistige vallei aanschouwt, of naar een schitterende sterrenhemel tuurt of omhoog kijkt naar een indrukwekkende boom of wat dan ook eigenlijk. Het is er voor iedereen die het wilt zien en voelen.

Alles komt en gaat. Alles neemt de tijd die het kost, lijken de bomen te zeggen. Hun wortels strekken zich uit als brede armen waarin je eventjes kan gaan schuilen mocht het nodig zijn. De rust van de boom versus de onrust van de mens. Mijn eigen onrust. Om al die redenen hou ik dus van bomen. En lach ik Japanners die troost en levensadvies vinden in mos niet uit.

Het is Yugen dat ons bindt.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: