Nachtelijk dwalen

Ik heb altijd gevonden dat de nacht iets troostend heeft. Het jachtige van de dag maakt plaats voor duisternis, stilte en rust. Of zo zou het toch moeten gaan. Los van het feit dat je lichaam en geest slaap nodig hebben om gezond te kunnen zijn, vind ik slapen heerlijk. Vooral in de winter. Als de warmte van het dekbed en de zachtheid van het kussen als een nestje voelen. De wereld – en alles wat daarbij hoort – moet dan even wachten. Maar onlangs wilde het niet meer zo goed lukken, dat heerlijke slapen. Wekenlang niet.

Ik die doorgaans vlot in slaap val en pas ’s ochtends weer wakker word, werd geplaagd door nachtelijke onrust. Zomaar ineens was ik dan klaar wakker. Maar echt KLAAR wakker. Na slechts een paar uurtjes slaap. Ik probeerde dan niet meteen op de wekker te kijken naar het uur, kneep mijn ogen weer dicht. Maar mijn brein had al besloten dat het uit was met de rust. Een strijd die ik niet zomaar kon winnen. Dus keek ik uiteindelijk toch naar de klok, om dan vaak vast te stellen dat ik niet eens halfweg mijn slaap was. De adviezen zijn dan uiteenlopend, van ‘blijf zeker niet liggen in je bed en ga even iets anders doen!’ tot ‘sta zeker niet op, want dan geef je je lichaam helemaal het signaal dat het ok is om wakker te zijn!’. Bon, dat werd dus draaien, keren, nog eens draaien. Weer keren. Onnozel werd ik ervan!

Man, man, wat er dan allemaal door je hoofd begint te malen. Van dingen die je de komende dag moet doen tot dingen die geweest zijn, tot twijfels en vragen over vanalles en nog wat. Dan is de nacht opeens je vriend niet meer en ook geen gezellig nestje. De uren strekken zich eindeloos voor je uit. Ik begon parallellen te trekken met periodes in de dag. Om 3 uur wakker worden stond gelijk met nog een hele namiddag gewoon in je bed liggen woelen. Dat soort vergelijkingen helpen niet echt, maar mijn brein leidde zo zijn eigen leven in de opeens beklemmende stilte van de nacht. En zoals dat gaat val je dan in de vroege ochtend toch in slaap, zo een klein uurtje voor de wekker zijn gemene biep-biep-biep op je loslaat. Het rare was dat mijn lijf ineens geprogrammeerd leek om ’s nachts wakker te worden, alsof ik in een soort niet eindigende jetlag zat. Ik werd er een beetje wanhopig van. En ook wel moe, met kringen onder mijn ogen. Zelfs concealers hebben helaas hun beperkingen.

Waar kwam dit vandaan? Ik wist het wel, veel onrust in mijn hoofd. Om verschillende redenen. Als iemand me vroeg hoe het ging, antwoordde ik ‘ça va’. Voor wie me beter kent: codetaal voor ‘bwa…., comme si, comme ça.’ Dat maakt iedereen wel eens mee. Geen reden tot paniek. Het hoort erbij, bij het leven. Maar dat mijn slaap er zo onder ging lijden was een gemeen extraatje – of een waarschuwing, het is maar hoe je het bekijkt – van mijn onrustige geest. Nachtelijk dwalen is echt geen pretje. En door het nu zelf mee te maken, besefte ik hoeveel mensen eigenlijk aangeven dat ze slecht slapen. Soms er mee leren leven. Zonder nog te weten hoe het voelt om echt uitgerust te zijn na een goeie nacht.

Hoe kon ik dit keren? Een brein laat zich niet zomaar dicteren wat het moet doen. Ik zorgde dat ik ’s avonds laat geen inspannende dingen meer deed. Het schrijven van blogs tot middernacht is bijvoorbeeld niet echt slaapbevorderlijk; de woorden, zinnen en gedachten bleven nog in mijn hoofd hangen. Facebook en Instagram, geen goed idee. Veel te veel flarden en indrukken die je echt niet nodig hebt ’s avonds laat (overdag ook niet altijd trouwens). Een theetje met rustgevende kruiden (camomille, citroengras en een vleugje lavendel) i.p.v. een avondkoffie misschien?

Ik luisterde onder de dekens naar slaapverhalen uit de Calm app (een aanrader die app, niet alleen om nocturnale onrust te verdrijven), met bij voorkeur de diepe, trage stem van Stephen Fry die een collectie van lullabies voordraagt. Zo van  Slowly, … silently, … now the moon walks the night in her silver shoon; This way, and that, … she peers, and sees … silver fruit upon silver trees. Soms leek dat een beetje te werken, tenminste om vlotjes naar dromenland af te glijden, maar het nachtelijk wakker worden bleek een hardnekkige vloek.

Eén nacht heb ik serieus overwogen om gewoon buiten op mijn terras wat te gaan zitten en naar de volle maan te kijken. Maar het licht van de maan zou ook niet slaapbevorderlijk werken dacht ik zo – om nog maar van ronddwalende weerwolven te zwijgen – dus bleef ik liggen woelen.

Onrust komt in golven. Golven kunnen woelig en hoog zijn, maar deinen dan weer uit tot het slechts kabbelingen worden die je niet meer uit je evenwicht brengen. Mijn slaap kwam terug toen de golven weer normale proporties aannamen en me niet meer meesleurden. Dat vergde wat geduld met mezelf. En yoga, ja yoga deed er ook goed aan. Ik sliep de eerste nacht echt weer door na het hernemen van mijn yogalessen, na de lange zomerbreak. Als onrust een golf is, dan is yoga mijn surfplank om de golf te bedwingen.

Ride the waves, slaap lekker, droom zoet.

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: